Darmkanker: groot onderzoek bewijst dat een coloscopie en FIT-test ernstige gevallen verminderen

Onderzoek naar darmkanker blijft een belangrijk onderdeel van de volksgezondheid, zeker gezien hoe vaak de ziekte voorkomt en hoeveel mensen eraan overlijden. Een van de grootste en meest grondige studies op dit vlak, SCREESCO (Screening of Swedish Colons), vergelijkt de effectiviteit van screeningsmethoden met de gebruikelijke zorg zonder screening. Dit onderzoek, geleid door wetenschappers van de Uppsala Universiteit en het Karolinska Instituut in Zweden, werd recent gepubliceerd in het invloedrijke tijdschrift Nature Medicine.
Wat was het doel van de SCREESCO‑studie?
De SCREESCO‑studie is een gerandomiseerde gecontroleerde proef waarbij men het effect van eenmalige colonoscopie en van de fecale immunochemische test (FIT) vergeleek met een controlegroep zonder screening. Inwoners uit 18 regio’s in Zweden werden willekeurig aan één van deze drie groepen toegewezen. In totaal namen 278.280 mensen deel, allemaal 60 jaar oud. Met een mediane follow-up van 4,8 jaar wilden de onderzoekers nagaan welk effect deze screeningsmethoden hebben op het voorkomen van darmkanker.
Deze studie onderscheidt zich van eerdere onderzoeken door de omvang en de methodiek. Zo kreeg de FIT‑groep twee testcycli met een lage hemoglobinedrempel per gram ontlasting, wat de gevoeligheid voor het opsporen van vroege stadia van darmkanker verhoogde.
Meetbare resultaten van de screening
De uitkomsten zagen er veelbelovend uit. Het aantal vroege kankerdiagnoses per 100.000 personen per jaar was 58,7 in de colonoscopie‑groep en 52,7 in de FIT‑groep. In de controlegroepen zonder screening waren dat respectievelijk 42,5 en 44,4 gevallen per 100.000 personen per jaar. Dat betekent dat colonoscopie 38% meer vroege stadia van kanker detecteert dan geen screening, terwijl FIT 19% meer vroege opsporing oplevert.
Veiligheid en gevolgen van de screening
In zowel de FIT‑ als de colonoscopie‑groepen nam na vier jaar het aantal gevorderde darmkankerdiagnoses af vergeleken met de controlegroep zonder screening. Het sterftecijfer door alle oorzaken bleek echter vergelijkbaar in alle groepen, ongeveer 550 sterfgevallen per 100.000 personen per jaar. De onderzoekers zetten de follow‑up voort tot 2030 om definitieve cijfers over de mortaliteit door colorectale kanker te kunnen geven.
Ook de veiligheid van de methoden werd onderzocht. Er was een kleine toename van gastro‑intestinale en hartproblemen, vooral in het eerste jaar na de screening, maar de meeste deelnemers hadden geen ernstige vooraf bestaande aandoeningen.
Darmkanker wereldwijd
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meldt dat darmkanker de derde meest voorkomende tumor wereldwijd is en de op één na belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde sterfte. Jaarlijks worden zo’n 1,9 miljoen nieuwe gevallen vastgesteld, met meer dan 900.000 sterfgevallen in 2022. Risicofactoren zoals leeftijd, een ongezond dieet en roken dragen bij aan deze cijfers. Het American College of Gastroenterology wijst erop dat darmtumoren meestal ontstaan in adenomateuze poliepen, die na verloop van tijd kwaadaardig kunnen worden.
Conclusie en vooruitblik
De resultaten van het SCREESCO‑onderzoek zijn hoopgevend en laten zien welke rol gestructureerde screeningsprogramma’s kunnen spelen in de strijd tegen darmkanker. Het onderzoek loopt nog door en we moeten wachten op de einddata in 2030, maar de voorlopige bevindingen spreken al in het voordeel van zulke screenings. Vroege opsporing en verwijdering van afwijkingen kan een belangrijke bijdrage leveren aan de volksgezondheid, en deze resultaten ondersteunen de noodzaak om georganiseerde screeningsprogramma’s te onderzoeken en toe te passen wereldwijd.
De studie biedt heel wat hoop en benadrukt de vooruitgang in behandeling en preventie van darmkanker, en roept op tot verder onderzoek en brede implementatie van effectieve screeningsmethoden.